Verzamelen, een hobby of een obsessie?

‘Houdt u van batterijen? Ik wel, ik heb honderdzevenennegentig batterijen. Batterijen zijn heel nuttig. Wat voor batterijen hebben jullie in de afstandsbediening?’
Zonder op een antwoord te wachten, ging Jack verder: ‘Ik heb een bijzondere batterij uit Rusland. Mijn vader is ingenieur en hij werkte aan een oliepijpleiding in Rusland en heeft zes AAA-batteriejen voor me meegenomen met Russische woorden erop. Dat zijn mijn lievelingsbatterijen. Wanneer het bedtijd is, kijk ik altijd nog even naar mijn doos met batterijen en ik leg ze op alfabetische volgorde voordat ik ga slapen. Ik hou altijd een van mijn Russische batterijen en mijn hand terwijl ik in slaap val. Mijn moeder zegt dat ik met mijn teddybeer moet knuffelen, maar ik heb liever een batterij. Hoeveel batterijen hebt u?

Zo begint het boek ‘Hulpgids Aspergersyndroom’ van Tony Attwood. (slechts een gedeelte is hier weergegeven).

Deze verzonnen situatie is typerend voor een ontmoeting met een kind met het Aspergersyndroom. Een gebrek aan sociaal inzicht, een beperkt vermogen tot het voeren van een wederzijds gesprek en een diepgaande belangstelling voor een bepaald onderwerp, zijn de belangrijkste kenmerken van dit syndroom.

Voor iemand met Asperger is het moeilijk om te bepalen hoeveel tijd je aan het woord mag zijn en hoe lang je over een bepaald onderwerp mag praten. Bij het vertellen over je hobby is het lastig om je enthousiasme te beteugelen, maar je moet je afvragen hoeveel belangstelling je gesprekspartner heeft voor jouw hobby.

Hoe kun je dit aanpakken?

Bedenk van tevoren hoe lang je over je hobby wilt praten. Ik zou zeggen: maximaal 5 minuten.

Ik neem als voorbeeld mijn eigen verzameling: apenkaarten.

CCF03102012_00000

Je kunt je vertelling opbouwen door iets te vertellen over de geschiedenis van afkomst:

  • Hoe ben je ooit begonnen?
  • Van plekken
  • Van gebeurtenissen
  • Van personen
  • Van trends

____

Mag ik je iets vertellen over mijn hobby? Na toestemming van de ander, die je meestal wel krijgt, begin je: Ik verzamel apenkaarten, ansichtkaarten met een aap erop

Hoe ben ik ooit begonnen?

Volgens mijn moeder omdat ik als kind vaak in het ziekenhuis heb gelegen en als troost kreeg ik een knuffelaapje. Ik begon met plaatjes van apen te knippen uit tijdschriften en die in te plakken. Als ik toevallig een ansichtkaart met een aap kreeg, plakte ik die ook in. Mijn moeder zag dit en ze begon mij apenkaarten te sturen als ik bijvoorbeeld in het ziekenhuis lag of op schoolkamp was.

Van plekken

Zo kom ik gelijk op de adreszijde van mij toegezonden kaarten. Op de achterzijde van de kaarten in mijn verzameling kan ik zien waar ik gewoond heb, in welk ziekenhuis ik heb gelegen, waar ik op kamp ging, waar ik gewerkt heb enz.

Van gebeurtenissen

Mijn verjaardag geeft altijd een oppepper aan mijn verzameling. Maar ook ziekte, trouwdata, verhuizing, slagen voor een examen e.d. kunnen aanleiding zijn voor een kaart (al dan niet met een aap erop).

Trends

In mijn verzameling zie je trends in ansichtenkaartenland van 1957 tot heden. Van zwart wit naar kleur, van aangeklede apen tot apen in hun natuurlijke staat, van kaarten met slechts een piep tot complete liedjes in een kaart, van 10×13 cm naar A4-formaat en natuurlijk van papier naar e-card.

Van personen

Ik kan zeggen dat ik van bijna elk persoon die ik mijn leven enige tijd heb gekend, een apenkaart in mijn verzameling heb. Toegegeven: ik zinspeel daar ook wel een beetje op. Sommige mensen negeren die zinspeling, maar de meesten geven er wel gehoor aan.

Je kunt dus zeggen dat mijn verzameling apenkaarten een reconstructie is van mijn leven en de toen heersende tijdgeest. Als ik blader in mijn albums trekt zich mijn leven aan mij voorbij. En ook het tijdsgewricht waarin ik leef.

___

Dit overzicht van mijn verzameling duurt ongeveer 2 minuten (zonder onderbrekingen van je gesprekspartner) om te vertellen. Kort genoeg om de aandacht vast te houden.

Zorg dat je voorbereid bent op vragen van degene die je tegenover je hebt, zoals ‘Hoeveel kaarten heb je?’ ‘Wat is je lievelingskaart?’ ‘Wat is je eerste kaart?’ Wat is je laatste kaart?’ Stellen mensen geen vragen, dan mag je ervan uitgaan dat de mensen geen belangstelling voor je hobby hebben en stop je met vertellen.

Dat heeft de kleine Jack in het voorbeeld trouwens goed gedaan. Hij heeft verteld hoeveel hij er heeft en wat zijn lievelingsbatterij is.

Share

Mooi vergelijkend artikel over passend onderwijs in het NRC van 27 november 2013:

Lars (18) met aspergersyndroom in het speciaal onderwijs:

‘Ik vind het fijn op deze school. Alles is lekker duidelijk en roosterwijzigingen zijn tot 0 procent gereduceerd. In het reguliere onderwijs zijn ze je als autist op een gegeven moment zat. Want je droomt zo nu en dan weg, of je hebt plotseling een afzonderneiging omdat je overprikkeld bent. Hier hebben leraren er meer begrip voor.

Er wordt op deze school wel van je verwacht dat je de sociale vaardigheden machtig bent als je weggaat…’

http://digitaleeditie.nrc.nl/digitaleeditie/NH/2013/10/20131127___/1_08/index.html#page8

Sam (17) met aspergersyndroom in het regulier onderwijs:

… ‘Nu ik in een gewone klas zit, met zo’n dertig leerlingen, kan ik mij veel minder goed concentreren. Voor het eerst moet ik elk uur naar een ander lokaal, en dit betekent dat ik elke les moet bijkomen van de drukte op de gang. Door de ‘special class’ heb ik geleerd hier beter mee om te gaan.’

http://digitaleeditie.nrc.nl/digitaleeditie/NH/2013/10/20131127___/1_08/index.html#page9

Share